Hij is vijfvoudig winnaar van de Grand Prix van Carlsbad, tweevoudig vicewereldkampioen motorcross en beter bekend als de ‘vliegende tandarts’. Toch voelde Hengeloër Gerrit Wolsink zich nooit thuis in de schijnwerpers. Tijdens een eerbetoon in zijn geboortedorp blikt de 80-jarige motorcrosslegende terug op zijn carrière en de keerzijde van bekendheid.
Dat Wolsink een legende is in Hengelo en de rest van de Achterhoek was al langere tijd bekend. Maar dat het café in Hengelo tjokvol zat, er was zelfs een zeldzame touringcar in het dorpje gespot, daar stond Wolsink van te kijken. “Ik kijk naar die zaal, dat al die mensen gewoon op mij afkomen en het respect dat ik krijg”, zegt hij.
De liefde voor de motorcross komt niet uit het niets. Zoals bij veel Hengeloërs draaide het in die tijd al vroeg om motorrijden, zo ook bij de familie Wolsink. “Ik ben ermee opgegroeid. Mijn vader die reed, mijn broer die reed. Dus ik ben ermee opgegroeid”, blikt Wolsink terug. Al op jonge leeftijd stapte hij op een oude bromfiets en deed mee met lokale crosswedstrijden, waar al snel duidelijk werd hoe talentvol de jonge Wolsink was. Niemand kon toen echter nog vermoeden dat dit ‘Hengelse’ jochie uit zou groeien tot de ‘King of Carlsbad’ en de bijnaam ‘De vliegende tandarts’ zou krijgen.
Wolsink was niet alleen behendig op de motor, hij beschikte ook over een ijzeren mentaliteit. Op de lokale crossbanen reed hij volgens eigen zeggen vrijwel iedereen naar huis. “Ik won alle wedstrijden”, vertelt hij. “En dat met gemak.” Al snel volgden de junioren, daarna de senioren en uiteindelijk de stap naar de internationale top. In 1968 werd Wolsink Nederlands kampioen in de 500cc-klasse, een succes dat de deur opende naar de internationale Grand Prix's.
Koningsklasse
Behalve die ijzeren mentaliteit en talent, had Wolsink op jonge leeftijd ook één duidelijk doel. “Het doel was 500cc Grand Prix’s rijden.” Voor de jonge motorcrosser was deze klasse de ‘koningsklasse’, mede doordat hij als jochie opkeek naar de Zweedse motorcrossers die in deze klasse uitkwamen.
Om dit doel te bereiken liet hij weinig aan het toeval over. Zijn oom Bennie Hartelman, eveneens een Achterhoekse motorcrosslegende die in de jaren zestig successen boekte, begeleidde hem op weg naar de top. De ervaren motorcrosser leerde hem niet alleen hoe hij een motor moest afstellen, maar ook hoe een kampioen denkt. “Je hoeft niet elke manche te winnen. Zorg dat je bij de eerste drie of vier bent”, gaf Hartelman hem mee. Die lessen wierpen hun vruchten af.
Internationaal succes
De droom van Wolsink kwam uit. Van 1971 tot 1981 reed hij mee in het wereldkampioenschap motorcross in de 500cc-klasse, destijds de hoogste klasse van de sport. In die periode groeide de Hengeloër uit tot een vaste waarde aan de wereldtop. Hij werd twee keer vicewereldkampioen en boekte zijn grootste successen in de Verenigde Staten.
Vooral de Grand Prix van Carlsbad groeide uit tot zijn specialiteit. Wolsink wist de prestigieuze wedstrijd tussen 1974 en 1979 maar liefst vijf keer te winnen, een prestatie die hem de bijnaam 'King of Carlsbad' opleverde. Terwijl zijn naam internationaal steeds bekender werd, bleef de Achterhoeker zelf vooral gefocust op één ding: het rijden.
Keerzijde van bekendheid
Terwijl de successen zich opstapelden, groeide ook zijn bekendheid. Dat was niet iets waar Wolsink altijd van genoot. De motorcrosslegende omschrijft zichzelf als iemand die liever op zichzelf was en zich tijdens zijn carrière volledig op het rijden richtte. “Ik was zo gefocust op het rijden en zo geconcentreerd”, vertelt hij. Ook buiten de wedstrijden hield hij graag afstand. “Ik leef erg op mezelf. En daar werd ik ook het gelukkigste van.”
Juist daarom moest hij wennen aan de aandacht die zijn prestaties met zich meebrachten. “Ik voelde me daar toch niet gelukkig mee. Om bekend te zijn”, blikt Wolsink terug. “Ik ben geen Frans Bauer die wentelt in de bekendheid. Die vindt het prachtig dat hij op alle plekken, zelfs op de wc's, herkend wordt.”
Tegenwoordig kijkt hij daar anders tegenaan. De waardering die hij tijdens het eerbetoon in Hengelo ontving, doet hem zichtbaar goed. Al blijft hij wel de bescheidenheid zelve.