Het college van B&W van gemeente Oude IJsselstreek presenteert de programmabegroting 2027. Met deze eerste begroting van de nieuwe coalitie zet het college verdere stappen in de uitvoering van het coalitieprogramma ‘Doorbouwen aan een ondernemend en leefbaar Oude IJsselstreek’.
De begroting biedt ruimte voor investeringen in wonen, sterke kernen, economie, bestaanszekerheid en een toekomstbestendige leefomgeving. Tegelijkertijd houdt het college rekening met financiële onzekerheid vanaf 2028.
Het college wil ruimte bieden om te wonen, werken en ondernemen en tegelijkertijd investeren in sterke kernen, een aantrekkelijke leefomgeving en voorzieningen die inwoners verbinden. Daarbij wordt voortgebouwd op wat al in gang is gezet en worden nieuwe stappen gezet.
De komende jaren staat de gemeente voor grote maatschappelijke en ruimtelijke opgaven. Denk aan woningbouw, bestaanszekerheid, een sterke arbeidsmarkt, migratie en asielopvang en de ontwikkeling van de leefomgeving. Het college wil deze opgaven samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, de regio en andere overheden aanpakken.
Voor 2027 ligt er een sluitende begroting en daarmee een solide financiële basis voor het komende jaar. Voor de jaren daarna is het beeld onzekerder. Door minder inkomsten uit het gemeentefonds en keuzes van het Rijk moet Oude IJsselstreek vanaf 2028 rekening houden met aanzienlijke tekorten. Volgens de huidige financiële vooruitzichten loopt het tekort op tot gemiddeld € 3 miljoen.
Het college kiest er daarom voor om 2027 financieel solide en sluitend te begroten en de ontwikkelingen richting 2028 en verder nauwlettend te volgen. Het college brengt verschillende scenario’s en mogelijke maatregelen in beeld. Bij de Voorjaarsnota 2028 wil het college hierover met de gemeenteraad het gesprek voeren. Naar verwachting is er dan meer duidelijkheid over het gemeentefonds, het rijksbeleid en de financiële positie van de gemeente.
Wethouder Marco Bennink: “Een gezonde financiële positie is geen doel op zich, maar wel een belangrijke voorwaarde om ook op langere termijn te kunnen blijven investeren. We kiezen daarom voor een zorgvuldige financiële koers: ambitieus waar het kan en zorgvuldig waar het moet. Door nu koers te houden, houden we ook ruimte om straks de juiste keuzes te maken.”
Voor 2027 kiest het college ervoor de totale woonlasten voor inwoners met 2,5% te laten stijgen. Daarmee blijft het college binnen het woonlastenprincipe uit het coalitieprogramma en sluit de stijging aan bij de verwachte inflatie. Binnen de verschillende woonlasten zijn er wel verschillen. Het OZB-tarief blijft gelijk aan 2026, terwijl de totale OZB-opbrengst stijgt als gevolg van de verwachte gemiddelde waardestijging van woningen met circa 6,5%. De tarieven binnen de afvalstoffenheffing blijven gelijk aan 2026 en de rioolheffing daalt met ruim 1%, mede doordat financiële buffers worden ingezet die de afgelopen jaren zijn opgebouwd.
Met de programmabegroting 2027 maakt het college een eerste deel van de ambities uit het nieuwe coalitieprogramma concreet. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een strategische uitvoeringsagenda waarin de ambities in samenhang worden uitgewerkt, met prioriteiten en een realistische planning. Deze agenda helpt om de komende jaren duidelijke keuzes te maken over wat wanneer wordt uitgevoerd en wat financieel haalbaar is.
De gemeenteraad bespreekt de programmabegroting 2027 op 2 november en neemt op 5 november een besluit.