Bij archeologisch onderzoek op de voormalige plek van Het Witte Paard van Zelhem zijn resten gevonden die teruggaan tot in de late middeleeuwen. Op de locatie tegenover de kerk werd een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in aanloop naar geplande nieuwbouw.
Uit het onderzoek blijkt dat het centrum van Zelhem al eeuwenlang bewoond is. “Je ziet dus een opstapeling van laagjes van verschillende huizen die ongeveer op dezelfde plek hebben gestaan”, aldus Sascha Benerink, archeoloog bij SOB Research. Archeologen troffen meerdere lagen met funderingen en vloerniveaus aan, met daaronder paalsporen van houten huizen uit minimaal de dertiende eeuw. Ook zijn duidelijke brandsporen gevonden. “Er is echt een laag aanwezig met veel brandsporen van verbrande leem”, aldus Benerink. Het gaat waarschijnlijk om een huis uit de periode tussen 1400 en 1600. “Voor 1700 werden huizen in de Achterhoek nog veel van leem gemaakt.”
Opvallend is de vondst van een gietijzeren kanonskogel van ongeveer acht centimeter, gevonden in dezelfde laag als de brandresten. “Dat is ook wel leuk, die kom ik niet altijd tegen”, zegt Benerink. De vondsten liggen in een periode waarin ook de kerk van Zelhem afbrandde, mogelijk tijdens de Tachtigjarige Oorlog, al is een direct verband nog niet met zekerheid te leggen. “Het huis hoeft niet perse beschoten te zijn geweest. Het kan door de bewoners ook hergebruikt zijn als maalkogel bijvoorbeeld”, zegt de archeoloog. Daarnaast werd een waterput aangetroffen, waarvan de ouderdom nog niet vaststaat. “We kunnen nog niet uitsluiten dat die waterput misschien wel twee-, driehonderd jaar oud is.”
Opgraving
De komende tijd wordt bepaald wat er met de vondsten gebeurt. Benerink stelt deze week een eerste rapport op voor de gemeente en de opdrachtgever. Op basis daarvan wordt besloten of de resten in de bodem kunnen blijven of dat er alsnog een volledige opgraving nodig is. “Vooralsnog kan het nog beide kanten op”, aldus de archeoloog.